Mijn novelle Boventonen is te bestellen via de uitgeverij: www.freemusketeers.nll
of nog makkelijker: maak 14,95 over naar
89.39.08.002 tnv van M. Reijmerink te Bunnik en stuur me dan een mail
met je adresgegevens.
Hieronder de eerste bladzijde:
Ik ben een echt vadermeisje. Daarom sta ik het liefst tussen de eerste
tenor en de mannenalt. Hardop zeg ik natuurlijk dat de mannenalt beter dan ik
van blad kan zingen en dat ik goed kan intoneren naast een tegenstem. Misschien
heb ik zelf ook jaren geloofd dat dit waar is. Onzin allemaal. Ik stond en sta
het liefst naast mannen.
Eigenlijk zijn mannenalten een zeldzaamheid in
Nederland, maar vreemd genoeg heb ik er vanaf mijn eerste koorervaring altijd
naast een gestaan.
Als student muziekwetenschappen moest ik verplicht
koorzingen als onderdeel van de propedeuse. In september begonnen we met 80
eerstejaars om in juni met ongeveer 40 over te blijven. Iedere dinsdagmiddag,
het hele studiejaar lang, liepen we in groepjes van 2 tot 10 studenten in
verschillende tempi de driehonderd meter van het instituut naar de
rooms-katholieke kerk waar de repetities plaatsvonden. Alleen in dat ene jaar,
waarin ik aan mijn muziekstudie begon, werd er gerepeteerd in de schuilkerk vol
roomse pracht en praal in de Minrebroederstraat. De witgekalkte, protestante
Janskerk waar alle andere jaren de schola cantorum plaats vond, werd toen
gerestaureerd.
Het lijkt voor een luisteraar misschien dat een koor uit 20
tot 40 musici bestaat, zoveel zangers als er zijn. Feitelijk wordt er maar door
één persoon gemusiceerd en dat is de dirigent. Wij, de zangers, zijn zijn
instrument. Met zijn slag en met zijn ogen bespeelt hij ons. Wij klinken zoals
hij het hebben wil. Ons geluid wordt door hem bestuurd, wij zijn slechts de
toetsen van zijn klavier, de stok en snaren van zijn viool.
En dat is maar
goed ook. Koorzangers kunnen in wezen niet musiceren, ze zijn slechts bezig hun
ademstoot om te zetten in klank, bij voorkeur zuiver, en daar gaat alle aandacht
in zitten. In een soort tweede bewustzijn horen we wel ergens of de muziek mooi
is of niet maar aangezien de muziek alleen bestaat terwijl wij gloedvol
uitademen en onze toon moeten aanpassen aan de zangers naast ons, blijft er niet
veel tijd over de kern van de muziek te horen.
Ik kwam hier langzaam in de
loop van vele koorrepetities achter. Soms hield ik een paar maten mijn mond om
te horen wat de componist bedoelde. Zeker tijdens dat eerste jaar als koorzanger
kon dat straffeloos. Als een van de 15 alten was mijn ongetrainde stem niet eens
voor mijzelf waarneembaar en kon ik minutenlang de vier lijnen in de muziek van
blad meelezen en stuk voor stuk horen klinken in alle gewelven en zijbeuken van
de kerk. De beschilderde wanden, de gouden beelden, de uitdrukkingsloze Maria
-of ze nou net een kind had gekregen of verloren, ze keek altijd hetzelfde- de
bloederige kruisweg, de gekleurde ramen, op dinsdagmiddag kon ik het
rooms-katholieke geloof rustig bekijken terwijl ik af en toe ook een goede toon
van mijn buurman trachtte over te nemen.

Nu te bestellen via internet: mijn eerste novelle
Boventonen.
In Boventonen reist een Nederlands amateurkoor af naar het
uiterste puntje van Engeland om daar vierstemmige muziek uit de Renaissance in
te studeren. De hoofdpersoon draagt een groot verdriet met zich mee waarover zij
nooit spreekt. Via het zingen van de polyfone muziek en via directe en indirecte
confrontaties met de andere koorleden komt zij tot bevrijdende inzichten over
haar leven. Dit alles tegen de mooie achtergrond van Cornwall.
De eerste vraag die de meeste mensen stellen is of het
autobiografisch is. Nou vind ik dat zelf altijd oninteressant om te weten; als
een boek ‘roman’ of ‘novelle’ heet, mag je ervan uitgaan dat het fictie is. Wat
natuurlijk niet wegneemt dat de meeste kunstwerken een verwerking van de
levenservaringen van de kunstenaar zijn.
Zo ook mijn boek. Ervaringen, gebeurtenissen, observaties en
gevoelens uit mijn eigen leven heb ik in een verzonnen context geplaatst en soms
naar een abstract niveau getild en soms letterlijk beschreven zoals ze zich
vanuit mijn optiek voordeden.
Schrijven is voor mij een manier gebleken om de wereld te
begrijpen en vooral te ordenen.
Deze novelle is het eerste langere stuk proza wat ik ooit voltooid
heb. Altijd ideeën en aanzetten genoeg, maar iets afmaken kost wel veel kracht,
heb ik gemerkt. Vooral natuurlijk omdat er niemand op zit te wachten. Zelfs
niemand die weet dat het zich in een embryonale fase begeeft.
Maar sinds het af is (en het is al 4 jaar af!), heb ik wel het
voldane gevoel van iets af te hebben gemaakt.
Nu op naar het volgende…
Hieronder enkele commentaren van lezers:
Vincent Bijlo, schrijver/cabaretier:
"Het is een
kwetsbaar boek. En ook een gedurfd boek. Voor de niet-geprogrammeerde
lezer."
Ronald Plasterk, koorzanger/ minister van onderwijs:
"Zo
het al mogelijk is het wonder van het koorzingen geheel in woorden te vatten
-hetgeen u nastreefde- dan is het u beslist gelukt om het inspirerende
gevoel van het samen zingen over te brengen. Moge dit boek de opmaat voor een
welluidend oeuvre zijn.
"Maureen Peeck, emeritus-docent Engelse Letteren aan de
UU:
"I don't think your descriptions of the process of singing in a
choir could be bettered; indeed I have never ever read such descriptions in any
other work of fiction. It is an intriguing and original book and I thoroughly
enjoyed reading it."
Arjeh Kalmann, hoofdredacteur Utrechts Nieuwsblad:
"Ik
vond het heel erg mooi. Maar net toen ik goed en wel in het verhaal zat, was het
helaas afgelopen." (tip van de schrijver: dan moet je het nog een keer
lezen)
Jan-Paul Rosenberg, poezie-uitgever:
"Eindelijk eens een
Nederlands litarair werk dat niet in de grachtengordel gesitueerd is. Het is
goddank niet hip en oversekst, maar hoogst origineel en hoogst literair."
Stijn van der Putte, anglist:
"Niet alleen het thema van
het koorzingen is origineel. Ook het thema of je je wel of niet zult bekeren tot
een religie is heel origineel. Bovendien vallen vorm en inhoud heel knap samen.
En het aspect van de 'unreliable narrator' blijft, ook na drie keer lezen, zeer
verrassend."
Remco Volkers, pr-agent:
"Hoewel het een dun boek is en
ik het in een middag uit had, leek het net of ik een hele roman gelezen had. Er
zit zoveel in."
Niek Nieuwenhuijsen, muzieksamensteller radio 2:
"Zojuist
heb ik ademloos geluisterd naar de 3 liedjes die jullie hebben gezongen [bij de
boekpresentatie]. Mooi!!!! Je boek is ook erg mooi: het nodigt echt uit om door
te lezen."
Trix Goedvree, leeskringbegeleider:
"Je indeling in
hoofdstukken met als titel de vaste gezangen uit de RK-liturgie vind ik mooi
gevonden. En het gevoel van de extase van het koorzingen dat jij beschrijft, heb
ik ook regelmatig ervaren."
Annelies, leeskring-lezeres:
"Ik heb veel geleerd over
zingen en koren. En het laatste hoofdstuk geeft me nog wel even stof tot
nadenken."